Documentatie

Nodes toevoegen

Overzicht van alle beschikbare nodetypes in een workflow.

Een workflow bestaat uit nodes die je aan elkaar koppelt. Elke node voert één stap uit. Je voegt nodes toe vanuit het palet aan de linkerkant van de workflow-editor. Zorg ervoor dat alle nodes met elkaar verbonden zijn en een logische flow vormen.

Triggers

Elke workflow begint met een trigger. De trigger bepaalt wanneer de workflow wordt gestart.

Handmatige trigger

Start de workflow handmatig met één klik via de knop Uitvoeren op de workflows-pagina. Gebruik dit tijdens het ontwikkelen en testen, of voor analyses die je op aanvraag uitvoert.

Geplande trigger

Start de workflow automatisch op een vast tijdstip. Configureer:

  • Frequentie — Dagelijks, wekelijks (kies gewenste dagen) of maandelijks (kies dag van de maand).
  • Tijdstip — Het tijdstip waarop de workflow start.
  • Tijdzone — Standaard Europa/Amsterdam.

Data

DAX Query

Voert een DAX-query uit op een Power BI-dataset en geeft het resultaat door aan volgende nodes.

  • Kies de dataset.
  • Schrijf de DAX-query zelf of laat de AI er een genereren vanuit een vraag in gewone taal.
  • Stel het maximale aantal rijen in (standaard 1.000).
  • Test de DAX-query om te controleren of deze de gewenste data bevat.

AI

AI Analyse

Analyseert data met AI op basis van een prompt die jij schrijft.

  • Schrijf de prompt met de opdracht aan AI.
  • Neem in de prompt de data mee uit een eerdere node, via een variabele (bijv. {{daxquery1.output}}).
  • Voeg optioneel relevante eigen skills toe voor extra analysecontext.
  • Het resultaat is beschikbaar voor volgende nodes via de alias van deze node.

AI Review

Laat de AI de output van een vorige node beoordelen en iteratief verbeteren.

  • Selecteer de brondata uit de eerdere DAX-query.
  • Selecteer de te reviewen output van de eerdere AI Analyse node.
  • Schrijf de reviewcriteria op in de prompt.
  • Stel het maximale aantal iteraties in (standaard 3). De node stopt eerder als de AI aangeeft dat de output voldoet.

Agents

AI Agent

Een autonome agent die zelf de DAX-queries bedenkt, uitvoert en de output analyseert.

  • Kies de dataset waarop de agent queries mag uitvoeren.
  • Schrijf een instructie in gewone taal — de agent bepaalt zelf welke queries nodig zijn.
  • Stel het maximale aantal tool-aanroepen in (1–20, standaard 10).
  • Schakel Uitgebreid nadenken in voor uitgebreidere redenering bij complexe analyses (gebruikt meer tokens).

Logica

Conditie

Splitst de workflow in twee paden op basis van een voorwaarde: waar of niet waar.

De conditie kan op twee manieren werken:

  • Op basis van een DAX-Query node — vergelijk een kolomwaarde uit het queryresultaat met een vaste waarde. Bijv. als Omzet groter is dan 100.000.
  • Op basis van een andere node — vergelijk de uitvoerstatus van een node. Bijv. als de AI Review node de status "Goedgekeurd" heeft.

Configureer de voorwaarde:

  • DAX-Query node: kies de bronnode, selecteer een berekening, een kolom en een operator (=, , >, <, tussen, in, bevat, begint met, eindigt met) en vergelijk met een vaste waarde.
  • Andere node: kies de bronnode en selecteer de output of status waarop je wilt controleren.

Met de knop Test Conditie kun je de conditie testen met de live data uit Power BI.

Verbind het waar-pad en/of het niet waar-pad met een volgende node (minimaal 1 output).

Goedkeuring

Pauzeert de workflow en stuurt een bericht naar een organisatielid. De workflow gaat pas verder nadat die persoon een beslissing neemt (human-in-the-loop).

  • Kies bij Beslisser een gebruiker uit de organisatie.
  • Schrijf een onderwerp en bericht. Gebruik een variabele {{aianalyze1.output}} om data in het bericht op te nemen.
  • Stel een vervaltijd in (standaard 1440 min / 24 uur). Bij het verlopen hiervan wordt het automatisch afgewezen.

De node heeft twee uitgaande paden: Goedkeuren en Afwijzen.

Acties

Actie-nodes zijn eindpunten — ze hebben geen uitgaande verbinding. Een workflow moet aan het eind minimaal 1 actie-node hebben.

E-mail

Verstuurt een e-mail naar één of meerdere ontvangers.

  • Vul het e-mailadres, onderwerp en berichttekst in.
  • Gebruik variabelen (bijv. {{aianalyze1.output}}) om resultaten uit eerdere nodes op te nemen.

Teams-webhook

Stuurt een bericht naar een Microsoft Teams-kanaal via een inkomende webhook.

  • Plak de webhook-URL van je Teams-kanaal. Zie de Microsoft handleiding voor het aanmaken van een inkomende webhook via Power Automate Workflows.
  • Geef een titel en berichttekst op.
  • Gebruik variabelen (bijv. {{aianalyze1.output}}) om resultaten uit eerdere nodes op te nemen.

Variabelen

In prompts en berichten kun je data uit eerdere nodes opnemen via de syntax {{alias.pad}}. De alias stel je in bij elke node. Voorbeeld: als een DAX-Query-node de alias daxquery1 heeft, gebruik je {{daxquery1.output}} om de output van die node op te nemen.

Volgende stap

Ga naar Workflow uitvoeren voor uitleg over het uitvoeren van een workflow en het bekijken van de uitvoerhistorie.